**1..** Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
**2..** In deze verordening wordt verstaan onder:
wet: de Wet werk en bijstand;
WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;
WSF 2000: Wet Studiefinanciering;
Bijstandsnorm: de normen als bedoeld in artikel 21 en 23 van de wet, vermeerderd met de van toepassing zijnde toeslag en/of verminderd met de van toepassing zijnde verlaging als bedoeld in artikelen 25 tot en met 30 van de wet; hieronder wordt mede verstaan de inkomensnormen in het kader van de Wet investeren in Jongeren (WIJ).
referteperiode: een onafgebroken periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum;
peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op langdurigheidstoeslag ontstaat;
inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de referteperiode’. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag als inkomen gezien.