Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

Proces van archeologische monumentenzorg

Onderdeel van Nota Archeologiebeleid

Op basis van nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg, een aanpassing van de Monumentenwet 1988, zijn gemeenten verplicht een archeologisch beleid te voeren en de archeologische waarden en verwachtingen binnen hun gemeentelijk grondgebied inzichtelijk te maken. Het behoud en beheer van het bodemarchief vormt uiteraard slechts een van de vele belangen waarmee de gemeente Barendrecht rekening moet houden. Voortdurend moeten afwegingen gemaakt worden tussen soms tegenstrijdige belangen bij de inrichting en de omgang met de beperkte ruimte binnen de gemeente. Om archeologische belangen zo goed mogelijk te behartigen en zo min mogelijk te laten conflicteren met andere belangen, is het raadzaam ze zo vroeg mogelijk in te brengen in het proces van ruimtelijke ordening. Hiertoe dienen onder andere beleidsinstrumenten ontwikkeld te worden, zoals de voorliggende beleidsnota (wettelijk verplicht), archeologieparagrafen in bestemmingsplannen (wettelijk verplicht), een gemeentelijke Archeologische Waardenkaart (wettelijk verplicht) en een Gemeentelijke Onderzoeksagenda. Bij de planvorming van bijvoorbeeld bouw- en herinrichtingswerkzaamheden kan men met een archeologische waardenkaart vroegtijdig vaststellen of er archeologische waarden of verwachtingen aanwezig zijn en of planaanpassing of archeologisch vooronderzoek overwogen moeten worden. Iets wat de planning en de kostenbesparing van werkzaamheden ten goede komt. Op basis van de situering, de ontgravingsdiepte en eventueel de oppervlakte van de uit te voeren grondwerkzaamheden kan beoordeeld worden of werkzaamheden onbelemmerd en zonder archeologisch vooronderzoek voortgang kunnen vinden, of dat vooronderzoek vereist is en in welke mate. Een archeologisch vooronderzoek zal in de meeste gevallen bestaan uit het verrichten van grondboringen. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek kan vervolgens besloten worden af te zien van verder onderzoek, indien de archeologische waarden niet aanwezig of niet van belang blijken te zijn. Wanneer dit wel het geval is, kan een aanvullend vooronderzoek noodzakelijk zijn (bijvoorbeeld het graven van proefsleuven of het uitvoeren van detail-karteringen). Op basis van de resultaten van het aanvullend vooronderzoek kan wederom besloten worden af te zien van verder archeologisch onderzoek, de graafwerkzaamheden eventueel archeologisch te begeleiden, of, al dan niet gedeeltelijk, een opgraving uit te voeren, indien het behoud van de vindplaats (door planaanpassing) niet tot de mogelijkheden behoort. De resultaten van (voor)onderzoeken dragen uiteraard bij tot het aanscherpen en detailleren van de archeologische kennis, hetgeen het beoordelen van toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen ten goede komt. De resultaten van de archeologische (voor)onderzoeken, en daar is het uiteindelijk natuurlijk om te doen, leveren steeds meer bouwstenen op voor het ‘verhaal’ over de bewoningsgeschiedenis van de gemeente Barendrecht. Het is van belang om dat ‘verhaal’ (in allerlei uitingsvormen) uit te dragen aan de inwoners van Barendrecht en andere belangstellenden. Het draagt bij aan het verbreden van het draagvlak voor de archeologie, maar ook aan de profilering van de gemeente en de betrokkenheid van de burgers bij hun eigen gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel