Naar hoofdinhoud
Advisering en besluitvorming zijn twee duidelijk te onderscheiden stadia in het bouwplanproces. De adviesrol op het vlak van welstand en monumenten ligt bij de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de afweging van het (de) advie(s)zen in het kader van de afgifte van een omgevingsvergunning ligt bij het college. ( zie artikel 6.2 lid 1 Bor). Het college vergewist zich er van dat het aan hem uitgebrachte advies naar inhoud en wijze van totstandkoming deugdelijk is. Bij een geïntegreerde commissie wordt, vanwege juridische implicaties, bij het beoordelen van een monumentenplan het monumentenadvies en het welstandsadvies afzonderlijk herkenbaar gemaakt. Dit is omdat de beoordeling plaatsvindt met een ander doel en op basis van elkaar verschillende wettelijke achtergronden en criteria. De wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) bepaalt dat alle deelsaspecten van een omgevingsvergunning volgens het eigen ‘toetsingskader’ worden gewogen in het besluit omtrent vergunningverlening. Bij rijks -, provinciale - of gemeentelijke monumenten is een monumenten - en een welstandsadvies vereist. Bij strijdige standpunten in de ARK ten aanzien van het monumentenbelang, wordt het monumentenadvies, voorzien van een advies van de beleidsmedewerker monumentenzorg, ter besluitvorming voorgelegd aan het college. Met deze constructie wordt aan de leden met een specifieke monumentendeskundigheid een ‘signaalfunctie’ toegekend. Het college kan ten behoeve van haar besluitvorming een second opinion vragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel