Het college kan op inhoudelijke gronden afwijken van het welstands- en monumentenadvies indien hij tot het oordeel komt dat de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit de van toepassing zijnde criteria niet juist of onvolledig heeft geïnterpreteerd. In dat geval vraagt zij de commissie om het advies te heroverwegen.
Indien de commissie persisteert bij haar eerdere advies kan het college een second opinion bij een ander adviesorgaan inwinnen, bijvoorbeeld bij de federatie welstand of bij een commissie van een qua omvang vergelijkbare gemeente.
Indien het college op inhoudelijke grond afwijkt van het advies wordt dit in de beslissing op de aanvraag van de omgevingsvergunning gemotiveerd. De Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit wordt hiervan op de hoogte gesteld.
Hoofdstuk 9.
Artikel 23