Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2

Artikel 2.10

Overschrijving vergunning vaste plaatsen

Onderdeel van Marktreglement Haarlem 2008

1.. In geval van overlijden dan wel blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder kan de vergunning voor de vaste plaats worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner of de levenspartner van de vergunninghouder. Deze moet uiteraard wel aan de wettelijke verplichtingen voldoen die gelden voor een ambulante handelaar. 2.. Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, of indien de vergunninghouder aangeeft de vaste plaats op te geven, kan een kind of een vaste medewerker van de vergunninghouder vergunning voor een vaste plaats krijgen indien hij ten minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunning-houder heeft gewerkt of gedurende een zelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd. 3.. Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder dan wel nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld. 4.. Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel. 5.. In het eerste lid is vastgelegd dat de echtgenoot en de daarmee gelijkgestelde partners recht hebben op de vaste plaats van de vergunninghouder. Een kind of een vaste medewerker van de vergunninghouder dat voldoet aan de in het tweede lid gestelde eisen heeft recht op een vaste plaats op de markt, dus niet noodzakelijkerwijs dezelfde plaats. Er zal in de praktijk echter naar worden gestreefd om dezelfde plaats te handhaven. Dit geldt ook voor situaties waarbij de vergunninghouder stopt met zijn zaak, bijvoorbeeld door pensionering, en deze overdoet aan zijn kind of een medewerker. Er kunnen zich echter altijd situaties voordoen waarbij het handhaven van de plaats onbillijk zou zijn ten opzichte van andere kooplieden, die bijvoorbeeld al lang op een betere plek op de markt hebben moeten wachten en zo gepasseerd worden. In dat geval kan de opvolger een andere plaats als vaste plaats worden aangeboden. Als bewijs van arbeidsongeschiktheid dient een verklaring van een arts te worden overlegd. Het gaat hier uiteraard om arbeidsongeschiktheid voor de markthandel. Bij twijfel kan een verklaring van een door het college aangewezen arts moeten worden overlegd. De door de vergunninghouder opgebouwde anciënniteit gaat niet over op de opvolger. Diens anciënniteit moet opnieuw worden opgebouwd en start op het moment dat de vergunning op zijn naam wordt gesteld.

Rechtspraak bij dit artikel