In een functie waarin een ambtenaar is geplaatst, kan het college op voorstel van de directeur een ambtenaar bevorderen naar de functieschaal danwel naar de uitloopschaal.
Wanneer voor de ambtenaar, als gevolg van het besluit conform lid 1, een salarisschaal gaat gelden met een hoger maximumsalaris, wordt het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het bedrag, gelegen onmiddellijk boven het salaris dat de ambtenaar in de oude schaal zou hebben genoten, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 10.
Voor de ambtenaar op wie salarisschaal II van toepassing is: indien deze verhoging niet één volle periodiek in de nieuwe schaal tot gevolg heeft, dan zal de ambtenaar in de eerst daarop volgende periodiek in de nieuwe schaal worden ingepast.
Voor de ambtenaar voor wie salarisschaal IIa van toepassing is: Indien het salarisverschil tussen dit naasthogere bedrag en het oude salaris minder bedraagt dan 75% van het salarisverschil tussen het bedrag dat de ambtenaar aan salaris zou hebben ontvangen indien hij niet zou zijn overgegaan naar de nieuwe schaal, maar een periodieke verhoging zou hebben gekregen, en het bedrag van zijn oude salaris, wordt de ambtenaar in de nieuwe schaal ingeschaald op het bedrag dat direct volgt op het naasthogere bedrag.
Onverminderd het bepaalde in artikel 9 wordt het salaris in de nieuwe salarisschaal verhoogd tot een bedrag in die schaal, zodra en voor zoveel zulks nodig is om te bereiken dat het nieuwe salaris blijft uitgaan boven het salaris dat de ambtenaar in de oude schaal zou hebben genoten.
Voor de medewerker die in de oude schaal het maximum nog niet had bereikt, heeft dit tot gevolg dat de eerstvolgende periodiek in dezelfde maand wordt toegekend als wanneer deze in de oude schaal zou zijn toegekend.
Voor de medewerker die het maximum in de oude schaal had bereikt, wordt de eerstvolgende periodiek in de nieuwe schaal, behoudens het gestelde in artikel 11, één jaar na bevordering toegekend.
Bevordering van de aanloopschaal naar de functieschaal is mogelijk voor de ambtenaar van wie is vastgesteld dat hij de functie volledig en goed uitoefent en voldoet aan de bij de functie behorende vereisten.
Bevordering naar de bij de functie behorende uitloopschaal is slechts dan mogelijk indien is gebleken dat de ambtenaar in de functie in de loop der jaren een meerwaarde (uitgebreidere kennis van zaken, routine e.d.) heeft verkregen danwel blijk heeft gegeven te beschikken over bijzondere bekwaamheid en geschiktheid ter zake van werkzaamheden gelegen buiten de functie en zodoende gedurende geruime tijd uitgaat boven de voor een normale functievervulling gestelde eisen.
Een bevordering naar deze uitloopschaal vindt normaal niet eerder plaats nadat men gedurende 3 jaren op het maximum van de functie-schaal bezoldigd is. In bijzondere situaties waarbij de medewerker al voordat hij het maximum salaris in zijn functieschaal heeft bereikt blijk heeft gegeven over een bepaalde meerwaarde te beschikken kan het college deze termijn bekorten. Bevordering naar de uitloopschaal kan niet eerder plaatsvinden dan nadat het maximum van de functieschaal is bereikt.
6.Voor de ambtenaar die 55 jaar of ouder is behoeft, bij gebleken meerwaarde, de wachttijd van 3 jaar op het maximum van de functieschaal niet in acht te worden genomen.