1.Het college kan ertoe besluiten dat een ambtenaar een andere functie gaat vervullen. Indien de ambtenaar een functie gaat vervullen met een hogere functieschaal vindt inpassing plaats zoals omschreven in artikel 7 lid 2, doch met dien verstande dat de ambtenaar altijd een salaris ontvangt gebaseerd op een hoger bedrag dan dat hij zou hebben genoten in zijn oude functie. Artikel 12, lid 2, sub b is van overeenkomstige toepassing.
Indien de aanloop of functieschaal geen mogelijkheid biedt het salaris op een hoger niveau vast te stellen, vindt een administratieve inpassing plaats in de naast hogere schaal overeenkomstig het bepaalde in artikel 12, lid 2, sub b.
Vervolgens zal het salaris op dit niveau worden bevroren.
Eerst nadat het college een besluit tot bevordering conform de bepalingen in artikel 12 lid 4 of lid 5 heeft genomen, kan men aanspraak maken op een verdere doorgroei in de desbetreffende schaal.
Als de ambtenaar in een functie met een hogere functieschaal is geplaatst, telt de salarisanciënniteit in het vroegere ambt op het maximum doorgebracht als regel niet mee voor plaatsing in de nieuwe uitloopschaal.
Bevordering van de ambtenaar naar een functie met een hogere functieschaal kan niet in 2 opeenvolgende jaren plaatsvinden, tenzij er sprake is van een extreem versneld groeien naar een voorbestemde functie.
Bevorderingen naar een hogere functie in dezelfde functiereeks is eerst mogelijk nadat de ambtenaar blijk heeft gegeven deze hogere functie volledig te kunnen vervullen en voldoet aan alle voor de organieke functie geldende kwalificaties. Inpassing zal dan plaatsvinden in de functieschaal.