Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 9

Bakwagens, bakkramen

Onderdeel van Beleidsregel voor het gebruik van tijdelijke inrichtingen

1. Voor de opstelling van bakwagens gelden de volgende opstellingseisen: Frituren in oliën en vetten in bakwagens voor geheel blinde gevels is toegestaan. Frituren in oliën en vetten in bakwagens voor gevels met ramen is slechts toegestaan bij een minimale afstand van 5,00 m1 uit de gevel, zowel naar links als naar rechts. Kook- en bakactiviteiten in kramen is voor geheel blinde gevels toegestaan. Kook- en bakactiviteiten uitgezonderd het frituren in oliën en vetten, in kramen is voor gevels met ramen slechts toegestaan bij een minimale afstand van 2,00 m1 uit de gevel, zowel naar links als naar rechts. 2. Een frituurtoestel is thermisch zodanig beveiligd dat de temperatuur van het bakmedium niet boven 200 °C kan oplopen. 3. De bakinstallatie moet zodanig zijn geconstrueerd dat door overkoken, over de rand of door kieren om de rand, olie of vet niet in de verbrandingsruimte kan komen. 4. Een eventueel opgesteld gaskomfoor moet zijn opgesteld op een plaat van onbrandbaar en slecht warmte geleidend materiaal. Deze plaat dient schoon en vrij van vet en/of olie te zijn. 5. Het draagvlak onder de baktoestellen moet ten minste 0,10 m1 buiten de toestellen onbrandbaar zijn, dan wel zijn bekleed met een onbrandbaar en de warmte slecht geleidende materiaal. De wanden, in de nabijheid waarvan toestellen zijn geplaatst, moeten 0,30 m1 buiten het toestel op dezelfde wijze zijn bekleed. 6. In de onmiddellijke nabijheid van een bak-, braad- of frituurtoestel moeten goed passende deksels of een blusdeken aanwezig zijn om het toestel in geval van brand te kunnen afdekken.

Rechtspraak bij dit artikel