Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8

Artikel 8

Onderdeel van Verordening voor het beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen

1.. Het is verboden op de begraafplaatsen: zich op hinderlijke wijze te gedragen; te colporteren of goederen voor verkoop aan te bieden; op enige wijze reclame te maken voor handel of bedrijf; op de graven te lopen of de begraafplaatsen te verontreinigen; gedenktekens te bekladden, te beschadigen of op enigerlei andere wijze te verontreinigen; honden mee te voeren, met uitzondering van aangelijnde honden; dieren te begraven; te gaan zitten anders dan op de daartoe aangebrachte zitplaatsen; iets te doen of na te laten dat in strijd is met de eerbied van de nagedachtenis van de overledene; werkzaamheden aan grafbedekkingen door derden te laten verrichten, behoudens artikel 21. 2.. Het is verboden op de begraafplaatsen: rij- of voertuigen, met uitzondering van invaliden-, kinder- en wandelwagens, mee te nemen, anders dan ter gelegenheid van een begrafenis of tot het vervoeren van materialen bestemd voor op de begraafplaatsen te verrichten werkzaamheden; met motorrijtuigen sneller dan 10 km per uur te rijden. 3.. Het bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in aanhef a van lid 2.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel