Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Samenstelling en plaatsvervanging

Onderdeel van Commissieverordening 2010

1.. De raad benoemt uit zijn midden de commissievoorzitter en de leden van de commissies genoemd in artikel 1, onderdeel a. 2.. Elke fractie kan uit haar midden een voordracht doen voor benoeming van: de leden van de commissies genoemd in artikel 1, onderdeel a, met dien verstande dat een fractie met vijf of minder raadszetels voor elke commissie één lid voordraagt, een fractie met zes tot tien raadszetels voor elke commissie maximaal twee leden voordraagt en een fractie met meer dan tien raadszetels voor elke commissie maximaal drie leden voordraagt; een burgerlid als lid van de commissies genoemd in artikel 1, onderdeel a, met in acht name van artikel 4 van deze verordening. 3.. De commissie wijst uit haar midden één van de leden van de commissie aan als plaatsvervangend voorzitter. 4.. Het lidmaatschap van een commissie eindigt als: de voorzitter of het lid ophoudt lid te zijn van de raad; de voorzitter of het lid ontslag neemt als voorzitter, plaatsvervangend voorzitter of lid van de commissie; de raad de voorzitter of het lid ontslag verleent als voorzitter, plaatsvervangend voorzitter of lid van de commissie; als een commissie ophoudt te bestaan. 5.. In geval van verhindering kan een lid zich doen vervangen door een door hem aan te wijzen lid van de raad. 6.. In aanvulling op het tweede lid, onder a, en het vijfde lid van dit artikel wordt onder ‘een lid’ ook verstaan een verdeling van de woordvoerderschappen onder meerdere leden van een fractie, met dien verstande dat per agendapunt één persoon per fractie het woord kan voeren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel