**1..** In afwijking van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, kan de raad op basis van een schriftelijke voordracht vanuit een fractie burgerleden benoemen in de commissies.
**2..** Een fractie die naar aanleiding van de laatst gehouden verkiezingen voor de gemeenteraad beschikt over één raadszetel kan in ten hoogste twee commissies een burgerlid voor benoeming voordragen. Een fractie die naar aanleiding van de laatst gehouden verkiezingen voor de gemeenteraad beschikt over twee raadszetels kan in ten hoogste één commissie een burgerlid voor benoeming voordragen. Een fractie die naar aanleiding van de laatst gehouden verkiezingen voor de gemeenteraad beschikt over drie of meer raadszetels kan geen burgerleden voor benoeming voordragen.
**3..** Voor een voordracht als burgerlid komen alleen personen in aanmerking van wie de naam voorkomt op een geldig verklaarde lijst van kandidaten van de betreffende fractie voor de laatst gehouden raadsverkiezingen.
**4..** De artikelen 10, 11, 12, 13, 15 en 28 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 15, tweede lid, van de Gemeentewet voor 'gedeputeerde staten' 'de raad' moet worden gelezen.
**5..** Op het onderzoek van de geloofsbrieven van de kandidaat-commissieleden die geen raadsleden zijn is het bepaalde in de artikelen 2 en 3 van het 2010 van orde voor vergaderingen van de raad van overeenkomstige toepassing. Ten behoeve van dit onderzoek legt het kandidaat-commissielid de daarvoor benodigde bescheiden over aan de raad.
**6..** Een burgerlid geeft schriftelijk aan de voorzitter van de raad te kennen of hij de benoeming aanvaardt.
**7..** Het lidmaatschap van de commissie van een burgerlid eindigt:
als de fractie waar het burgerlid geacht wordt deel vanuit te maken, ophoudt een zelfstandige fractie te zijn;
als het burgerlid ontslag neemt als burgerlid;
door overlijden;
als de raad het burgerlid ontslag verleent;
als het burgerlid niet meer voldoet aan de vereisten als bedoeld in de artikelen 10, 11, 12, 13, 15 en 28 van de Gemeentewet, of een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult;
als het burgerlid een functie aanvaart als voorzitter of lid wordt van het dagelijks bestuur van een deelgemeente;
als het burgerlid een benoeming tot lid van de raad aanneemt;
de commissie ophoudt te bestaan.
**8..** Voordat een burgerlid zijn functie kan uitoefenen legt hij tijdens een vergadering van de raad in handen van de voorzitter de eed of de verklaring en belofte af overeenkomstig artikel 14 van de Gemeentewet en met dien verstande dat voor ‘lid van de raad’ wordt gelezen ‘burgerlid van een commissie’.