De privacybeheerder voorziet in:

a) de afhandeling van de verzoeken om inzage in de basisregistratie personen overeenkomstig artikel 79 van de wet respectievelijk artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens (inzage);

b) de behandeling van alle verzoeken om geheimhouding die op basis van artikel 102 lid 1a van de wet ingediend worden en de eventuele privacytoets als bedoeld in artikel 102 lid 2 van de wet;

c) de afhandeling van verzoeken ingevolge de artikelen 36, 37 en 40 van de Wet bescherming persoonsgegevens;

d) de kennisgeving ingevolge artikel 38 van de Wet bescherming persoonsgegevens;

e) de afhandeling van verzoeken om inzage in verstrekkingen uit de basisadministratie aan afnemers en derden.