Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3: › Paragraaf 2

Artikel 19A

Spreekrecht

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Stede Broec

1. Elke persoon en/of groepering woonachtig, gevestigd of op een andere wijze belanghebbende in de gemeente Stede Broec heeft het recht om bij aanvang van de vergadering gedurende maximaal 5 minuten het woord te voeren over (niet-) geagendeerde onderwerpen. De totale maximale inspreektijd aan het begin van de vergadering bedraagt 30 minuten. Indien er zich meer dan zes sprekers hebben aangemeld om van deze gelegenheid gebruik te maken wordt de totaal beschikbare spreektijd evenredig over hen verdeeld. Indien dit leidt tot een onevenredige vermindering van de spreektijd per persoon/groepering beslist de raad aan de hand van een ordevoorstel van de voorzitter. 2. Inspreken op een onderwerp is in de volgende situaties niet mogelijk: indien eerder de gelegenheid is geboden om in te spreken tijdens een commissievergadering, bewonersavond of inspraakavond waarin over het onderwerp is gesproken en hiervan geen gebruik is gemaakt. De voorzitter van de raad bepaalt of dit het geval is; indien het betreft een onderwerp dat buiten de bevoegdheden van het college en de raad valt; indien het betreft een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; indien het betreft benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene Wet Bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 4. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger. 5. Zij die van het spreekrecht als bedoeld in lid 1 van dit artikel gebruik wensen te maken moeten dit melden om uiterlijk 12.00 uur van de dag van de vergadering bij de raadsgriffier. 6. Tenzij de raad beslist om één van de door de insprekers als bedoeld onder punt 1 genoemde onderwerpen vanwege de spoedeisendheid onmiddellijk aan de agenda toe te voegen als onderwerp, wordt voor zover nodig aan het bestuursorgaan dat ten aanzien van het onderwerp bevoegd is om te beslissen gevraagd om binnen acht weken schriftelijk te reageren op het naar voren gebrachte onderwerp. Die schriftelijke reactie wordt in ieder geval beschouwd als een ingekomen stuk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel