Aan de medewerker kan om redenen van werving of behoud een arbeidsmarkttoelage of bindingspremie worden toegekend.
De in het eerste lid bedoelde toelage of bindingspremie kent de directie toe voor een tijdvak dat van tevoren is vastgesteld, met inachtneming van een maximum van drie jaar.
De toelage of bindingspremie eindigt op de ingevolge het tweede lid vastgestelde vervaldatum. Wanneer de arbeidsmarktsituatie waarop de toelage is gebaseerd nog steeds bestaat, kan opnieuw een toelage of bindingspremie als bedoeld in het eerste lid aan de medewerker worden toegekend.
De directie kan aan de toekenning van de bindingspremie voorwaarden verbinden ten aanzien van de bindingstermijn en de hoogte van de bindingspremie evenals aan de afspraak met de betrokken medewerker tot het in dienst blijven bij de gemeente gedurende deze bindingstermijn.
Heeft de medewerker, vanwege een oorzaak die naar het oordeel van de directie niet aan de medewerker te wijten is, niet voldaan aan de voorwaarden zoals bedoeld in lid 4 dan kan de bindingspremie gedeeltelijk worden toegekend.
IV Overige toelagen en vergoedingen