Naar hoofdinhoud
De burgemeester dient zich bij de (voorgenomen) sluiting van een pand te houden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur uit de Algemene wet bestuursrecht. Dit brengt met zich mee dat de betrokkenen in de gelegenheid moeten worden gesteld om een zienswijze in te dienen voorafgaand aan het opleggen van een last onder bestuursdwang. Voorafgaand aan het besluit tot toepassing van een last onder bestuursdwang wordt de overtreder uitgenodigd voor een zienswijzegesprek. Dit gesprek vindt plaats met de burgemeester of een vertegenwoordiger die namens de burgemeester optreedt en een vertegenwoordiger van de politie. De gemeente houdt een dossier bij over het pand ten aanzien waarvan situaties zijn geconstateerd waarop deze beleidsregel toe ziet. Het sluiten van een woning of lokaal kan alleen dan gerechtvaardigd worden wanneer sprake is van concrete, objectieve en verifieerbare gedragingen zoals het verkopen, afleveren of verstrekken van drugs vanuit de woning of het lokaal, of wanneer de hoeveelheid aangetroffen verdovende middelen zo groot is dat gesproken kan worden van een handelshoeveelheid. Aantreffen van een handelshoeveelheid is volgens de jurisprudentie voldoende om handel aan te nemen. In dat geval hoeft de daadwerkelijke verkoop, aflevering of verstrekking niet aangetoond te worden. Een dossier bij de gemeente bestaat zoveel mogelijk uit concreet omschreven waarnemingen (waarbij de tijd en datum genoteerd worden) en indien mogelijk foto's of andere opnamen. De politie heeft een belangrijke rol bij het aanleveren van informatie ten behoeve van het dossier. Bij het inzetten van de procedure op basis van artikel 13b Opiumwet voert de gemeente daarom altijd nauw overleg met de politie.

Rechtspraak bij dit artikel