Naar hoofdinhoud
Bij de (voorgenomen) sluiting van een pand dient aandacht te worden geschonken aan vervangende woonruimte voor overige bewoners bij wie geen sprake is geweest van verwijtbaar gedrag. Gelet op het bepaalde in artikel 8 van het EVRM zal er, indien een woning wordt gesloten, tevens aandacht moeten zijn voor vervangende woonruimte voor (overige) bewoners. Gelet op het ‘Verdrag inzake de rechten van het kind’ behoeft dit extra aandacht indien er kinderen bij de situatie betrokken zijn. Indien er bij (overige) bewoners geen sprake is van verwijtbaar gedrag, zal de gemeente bemiddelen ten behoeve van vervangende woonruimte.

Rechtspraak bij dit artikel