Als de aanvrager wel gebruik kan maken van collectief vervoer, maar wegens sociale omstandigheden van de aanvrager uitsluitend collectief vervoer niet adequaat is gezien de vervoersbehoefte, kan een aanvullend persoonsgebonden budget worden verstrekt voor het gebruik van individueel (rolstoel)taxivervoer. Om in aanmerking te komen voor een persoonsgebonden budget voor vervoer aanvullend op het gebruik van collectief vervoer moet in aanvulling op de criteria in artikel 4.5 aan ‘één van de volgende voorwaarden zijn voldaan:
De aanvrager verkeert in sociale omstandigheden waardoor uitsluitend deelname aan collectief vervoer niet adequaat is gezien de vervoersbehoefte / het verplaatsingspatroon:
Een kind met beperkingen in een gezin met één of meer minderjarige kinderen. Een thuiswonend gehandicapt kind dient zoveel mogelijk deel te kunnen nemen aan het leven van alledag van het gezin. Dit betekent het in gezinsverband kunnen ondernemen van activiteiten, die bij een gezin met jonge kinderen horen. In de meeste gevallen zal deelname aan collectief vervoer niet toereikend zijn.
Een ouder met een beperking in een gezin met jonge kinderen, die een actieve functie vervult binnen het gezin, zoals kinderen naar school brengen, boodschappen doen etc.
Iemand die binnen het vervoersgebied kan deelnemen aan collectief vervoer, maar voor essentiële contacten buiten het vervoersgebied niet vervoerd kan worden met het landelijk vervoersysteem voor bovenregionaal vervoer (Valys). Men dient hiervoor aan alle volgende criteria te voldoen:
De aanvrager heeft essentiële contacten buiten de gemeente Amersfoort, welke alleen kunnen worden onderhouden door daar zelf op bezoek te gaan; d.w.z. de contacten zijn niet in staat de cliënt in Amersfoort te bezoeken.
Het niet kunnen onderhouden van deze contacten heeft een dreigende vereenzaming of aantoonbare ontwrichting van het psychosociaal functioneren tot gevolg
De aanvrager is op medische gronden niet in staat deze contacten te onderhouden door gebruik te maken van Valys volgens de daarvoor door Valys opgestelde bepalingen.
Iemand die structureel, vaker dan drie keer per week, in het kader van het functioneren met betrekking tot het ‘leven van alle dag’ (sociale contacten en b.v. het doen van boodschappen en het uitoefenen van recreatieve activiteiten) meer dan drie bestemmingen per dag moet bereiken die buiten de directe woonomgeving liggen.
Artikel 4.8 Persoonsgebonden budget voor het gebruik van individueel (rolstoel)taxivervoer
Als de aanvrager geen gebruik kan maken van het collectief vervoer, is doorgaans het verlenen van een persoonsgebonden budget voor individueel taxivervoer of individueel rolstoeltaxivervoer, in rangorde van het gestelde primaat, de goedkoopst adequate oplossing. Het leefkilometerbudget kan ook worden aangewend voor te rijden kilometers met de eigen auto of met een auto van derden.
Om in aanmerking te komen voor een persoonsgebonden budget voor individueel taxivervoer moet in aanvulling op de criteria in artikel 4.5 aan ‘één van de volgende voorwaarden zijn voldaan. De aanvrager:
a.Is fysiek niet in staat gebruik te maken van collectief vervoer. De aanvrager heeft bijvoorbeeld:
ernstige problemen ten aanzien van de toegang tot het vervoermiddel, ook met begeleiding
pijnklachten die een aparte voorziening, hulp of rijstijl noodzakelijk maken
uitgebreide verzorging nodig onderweg;
Kan collectief vervoer niet gebruiken vanwege sociaal/psychische factoren waardoor de privacy of de veiligheid van aanvrager of medepassagiers niet is gegarandeerd;
Is dermate verminderd belastbaar t.g.v. medische problematiek, dat deelname aan collectief vervoer de deelname aan sociaal verkeer belemmert.
Om in aanmerking te komen voor persoonsgebonden budget voor individueel rolstoeltaxivervoer moet bovendien aan één van de volgende voorwaarden worden voldaan:
De aanvrager:
kan niet zelfstandig transfers maken;
is afhankelijkheid van permanent gebruik van een (aangepaste) rolstoel.
Artikel 4.9 Bruikleenauto
De verlening van een bruikleenauto kan in een uitzonderlijk geval noodzakelijk zijn indien er sprake is van een zelfstandige individuele vervoersbehoefte en indien het goedkoper collectief vervoer, of het goedkoper individueel (rolstoel) taxivervoer in de directe woon- en leefomgeving niet adequaat zijn. Als WMO-verstrekking komt deze voorziening zelden tot bijna nooit voor in verband met de criteria ‘goedkoopst-adequaat’, ‘algemeen gebruikelijk’ en het ‘primaat van het collectief vervoer’ en van het ‘individueel (rolstoel-)taxivervoer’ als volgende in de rangorde van het primaat. Met een bruikleenauto wordt in principe voorzien in de volledige regionale vervoersbehoefte en samenloop met een andere vervoersvoorziening is daarom niet mogelijk, tenzij het een voorziening betreft voor de korte afstand (de eerste honderden meters vanuit de woning) of een persoonsgebonden budget voor de kosten van brandstofgebruik.
Voor de verstrekking van een bruikleenauto moet één van de volgende situaties van toepassing zijn. De aanvrager:
woont legaal op een plaats die voor de Regiotaxi of de gewone taxi niet bereikbaar is;
of
kan of mag zich om aangetoonde medische redenen niet in de open lucht verplaatsen, waardoor de wisselende weersomstandigheden en de temperatuurwisselingen die gepaard kunnen gaan met het gebruik van de Regiotaxi en/of met het individueel taxivervoer niet worden verdragen, bijvoorbeeld vanwege ernstig hart- of longlijden of een sterk gestoord thermoregulatiesysteem.
heeft een zorgbehoefte tijdens het vervoer van dienmate dat deze niet, of niet tijdig verleend kan worden tijdens het gebruik van de Regiotaxi, terwijl een voorziening in de vorm van individueel (rolstoel) taxivervoer onvoldoende invulling geeft aan de individuele vervoersbehoefte.
De auto kan worden verstrekt in natura, inclusief de kosten van reparatie en het onderhoud en verzekering. De wagen is bij levering zonodig aangepast aan de beperkingen van de aanvrager, voor zover de aanpassingen in het indicatie- en selectieonderzoek door de adviseur zijn voorgesteld. Aanpassingen kunnen ook later zijn geïndiceerd.
Er kan een persoonsgebonden budget voor benzinekosten worden verstrekt, bij een inkomen beneden de WWB-inkomensnorm. Het betreft hier een budget voor het gebruik van een bruikleenauto op basis van gereden kilometers, aan de hand van de door het Uwv vastgestelde prijs per kilometer tot een maximum van 2000 kilometer per jaar.
De kosten van reparatie aan de voorziening worden alleen vergoed indien de te repareren schade niet het gevolg is van opzet, schuld of nalatigheid van de aanvrager.
Tot de kosten van de verlening van deze vervoersvoorziening kunnen rijlessen behoren en instructie die nodig zijn voor het gebruik.
Afgezien van het hiervoor gestelde komen aanvragers met een inkomen vanaf 1,5 x het norminkomen sowieso niet in aanmerking voor verstrekking van een bruikleenauto.
In verband met de levensduur van een bruikleenauto mag de aanvrager met de bruikleenauto per jaar maximaal 12.500 km afleggen. De gemeente stelt vast welk merk en type bruikleenauto verstrekt zal worden.
Artikel 4.10 Autoaanpassing
Een autoaanpassing kan worden verstrekt als:
dit aantoonbaar leidt tot de goedkoopst adequate oplossing. Hierbij wordt rekening gehouden met een afschrijvingstermijn van 5 jaar over de aanpassingen waarbij de auto niet ouder is dan 5 jaar. Dit houdt in dat er vervolgens de 5 jaren volgend op de verstrekking van een dergelijke voorziening geen (aanvullend) persoonsgebonden budget voor vervoer of de mogelijkheid tot deelname aan het collectief vervoer tegen gereduceerd tarief wordt verstrekt;
de aanvrager op de auto is aangewezen ter voorziening in de vervoersbehoefte van ‘alle dag’ omdat de aanvrager gebruik maakt van een reeds door de gemeente aangepaste auto die nog niet is afgeschreven. Een autoaanpassing kan alleen worden verleend indien de auto niet ouder is dan 5 jaar en naar verwachting nog tenminste 5 jaar kan worden gebruikt. En er moet sprake zijn van de goedkoopste adequate oplossing.
Een aantal voorzieningen is reeds algemeen gebruikelijk bij een standaard uitvoering en komen dus niet voor verstrekking in aanmerking. Het gaat hierbij in ieder geval om de volgende voorzieningen:
automatische transmissie
elektrische ruitenwisser en sproeier achter
driepuntsgordels
hoofdsteunen
lendenstellen voorstoel verstelbaar
kunststoffen bekleding
buitenspiegel van binnenuit verstelbaar
elektrisch bediende portierruiten,
neerklapbare of inklapbare achterbank (in verband met meenemen rolstoel),
uitneembare hoedenplank (in verband met meenemen rolstoel),
derde of vijfde deur (grote achterdeur in verband met meenemen rolstoel)
warmtewerend glas
achterruitverwarming
stuurbekrachtiging
airconditioning
centrale portiervergrendeling.
Een aantal aanpassingen kan niet noodzakelijk zijn in verband met de beperking, zodat ook verstrekking daarvoor niet mogelijk is. Het gaat in ieder geval om de volgende aanpassingen:
a.v
erstelbare stuurwielen
verstelbare voorstoelen
stoffen bekleding van stoelen
handgrepen bij de passagiers voorin
comfort rembekrachtiging
gelaagde voorruit
interval op de voor- en achterruitwisser
Voor zover er kosten zijn verbonden aan de
autoaanpassingen komen alleen voor vergoeding in aanmerking:
de kosten van een rijbewijs dat op grond van de aanpassingen aangeschaft moet worden
de kosten van een eigen verklaring
de kosten van de medische specialist.
Artikel 4.11 Open al dan niet aangepaste elektrische buitenwagen
De open elektrische buitenwagen is bedoeld voor incidenteel, kortdurend gebruik buitenshuis. De wagen wordt ook vaak aangeduid als een plateaurolstoel of scoot(er)mobiel . Afhankelijk van de vervoersbehoefte en rijvaardigheid kan een 8, 12 of 15 km-uitvoering worden verstrekt. Indien besturing van een open elektrische buitenwagen problemen oplevert kan ook een elektrische buitenrolstoel worden verstrekt.
1.Om in aanmerking te komen voor een open elektrische buitenwagen moet in aanvulling op de criteria in artikel 4.5 aan één van de volgende criteria worden voldaan:
De aanvrager:
heeft een matige tot slechte sta- en loopfunctie;
heeft een substantiële vervoersbehoefte binnen een straal van ca. 10 km rond de woning. Dat wil zeggen dat hij met deze voorziening zelfstandig boodschappen kan doen, familie of vrienden kan bezoeken en andere vormen van vrije tijdsbesteding kan realiseren.
De kosten van reparatie aan de voorziening worden alleen vergoed indien de te repareren schade niet het gevolg is van opzet, schuld of nalatigheid van de aanvrager.
Tot de kosten van de verlening van deze vervoersvoorziening kunnen rijlessen behoren en instructie die nodig zijn voor het gebruik.
De aanvrager moet de open buitenwagen goed en veilig kunnen bedienen en besturen in het verkeer. Tijdens het indicatie- of het selectieproces kan de indruk worden verkregen dat eerst rijlessen en of rijtesten nodig zijn om zeker te zijn dat de aanvrager dit goed kan.
Indien nodig worden 3 rijlessen toegekend. Het aantal lessen kan worden uitgebreid naar 5 indien dit na drie lessen duidelijk wordt gemotiveerd door degene die in opdracht van de gemeente de lessen verzorgt.
Ook tijdens de gebruiksperiode van een open buitenwagen kunnen twijfels rijzen aangaande de rijvaardigheid. Bijvoorbeeld naar aanleiding van regelmatige aanrijdschade. Er worden dan rijtesten afgenomen ter beoordeling of een voorziening nog als adequaat kan worden aangemerkt.
HOOFDSTUK 4
Artikel 4.7
Het gebruik van een collectief systeem van aanvullend openbaar vervoer (de Regiotaxi) tegen gereduceerd tarief met een aanvullend persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verstrekkingenboek individuele voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Amersfoort