Werkafspraken GGD en gemeenten regio Zuidoost Brabant
Onlosmakelijk verbonden met een uniforme werkwijze in de 21 regiogemeenten zijn de werkafspraken tussen GGD en deze gemeenten. Gedeeltelijk gaat het hierbij om landelijke afspraken, soms volgend uit wet- en regelgeving. De termijnverdeling bij de afhandeling van een aanvraag voor registratie (hoofdstuk 2.1.1) en het gebruik van risicoprofielen (hoofdstuk 2.1.3) zijn hier voorbeeld van. Een aantal andere afspraken vloeien voort uit de dagelijkse praktijk van toezicht en handhaving in Zuidoost Brabant en worden hieronder expliciet benoemd.
- - In het 4e kwartaal, maar uiterlijk vóór 1 december, heeft de GGD per gemeente een planningsoverzicht opgesteld. In dit overzicht staat per kwartaal aangegeven welke locaties in het daaropvolgende kalenderjaar een reguliere inspectie krijgen. In dit overzicht zijn ook de desbetreffende risicoprofielen opgenomen.
- - Minimaal 1 maal per halfjaar vindt overleg plaats tussen iedere gemeente afzonderlijk en de GGD. Vast agendapunt van dit overleg is de realisatie van de planning en de mogelijk noodzakelijke bijstelling van de oorspronkelijke planning.
- - Minimaal 1 maal per halfjaar vindt overleg plaats tussen de gezamenlijke regio-gemeenten en de GGD. Vast agendapunt van dit overleg zijn de prognose en tarieven voor het komende jaar en landelijke ontwikkelingen die hun weerslag hebben op uitvoering in de regio.
- - Bij de inspectie van locaties met een rood of oranje risicoprofiel is standaard een nader onderzoek opgenomen. Voor dit nader onderzoek hoeft de gemeente geen expliciete opdracht te geven. De kosten voor dit onderzoek zijn integraal opgenomen in de kosten voor de reguliere inspectie van deze locaties.
- - Na een reguliere inspectie (ook bij de rode of oranje locaties) informeert de GGD de gemeente of, en zo ja hoeveel, van de oorspronkelijk voor deze inspectie begrote uren niet zijn benut. De gemeente heeft hierdoor zicht op het aantal uren dat hiermee binnen de vastgestelde begroting extra beschikbaar komt voor onder andere nadere of incidentele onderzoeken.
- - Een locatie met een groen risicoprofiel wordt in het daaropvolgende kalenderjaar bezocht als locatie met een geel risicoprofiel. Op deze wijze wordt voorkomen dat er te weinig controle is op groene locaties.
- - Als sprake is van een of meerdere overtredingen met een hoge prioriteit neemt de GGD direct na het opstellen van het conceptrapport contact op met de gemeente. Dit geeft de gemeente de mogelijkheid om de benodigde handhavingsactie voor te bereiden. De gemeente kan hierdoor na ontvangst van het definitieve rapport onmiddellijk tot actie overgaan.
- - Als de GGD een schriftelijk bevel oplegt wordt onmiddellijk contact opgenomen met de gemeente.
- - De planning van de afhandeling van een aanvraag tot registeropname – het zogeheten ONAR-onderzoek 16- door de GGD is zodanig, dat de gemeente na ontvangst van het definitieve rapport minimaal 1 week heeft om een besluit op te stellen en te verzenden naar aanleiding van het, in het rapport opgenomen, advies
- - Daar waar mogelijk maakt de GGD consequent gebruik van overleg en overreding. Dit dient in het rapport benoemd te worden. Tevens dient het opgenomen te worden in de conclusie en het advies.
- - Overleg en overreding door GGD of gemeente vindt niet plaats als het gaat om steeds terugkerende overtredingen op dezelfde domeinen of overtredingen op domein 4 (accommodatie) en domein 5 (groepsgrootte en beroepskracht/kind-ratio).
- - Als het inspectierapport in GIR Handhaven wordt gezet, informeert de GGD de gemeente. Op het moment, dat het GIR wordt uitgebreid met een waarschuwingssysteem vervalt deze afspraak.
- - Als een handhavingsbrief in GIR Handhaven wordt gezet, informeert de gemeente de GGD. Op het moment, dat het GIR wordt uitgebreid met een waarschuwingssysteem vervalt deze afspraak.