**1..** De medewerker die –anders dan door ziekte- buiten zijn toedoen niet meer
wordt belast met het verrichten van piketdienst, en wiens bruto
bezoldiging een blijvende verlaging ondergaat van tenminste 15%, wordt
een aflopende vergoeding toegekend. Deze vergoeding wordt toegekend als
de medewerker gedurende tenminste vijf jaar zonder wezenlijke
onderbreking met het verrichten van piketdienst belast is geweest.
**2..** De berekeningsbasis voor de aflopende vergoeding als bedoeld in het
eerste lid wordt vastgesteld op het bedrag dat de medewerker over twaalf
kalendermaanden –voorafgaand aan de maand waarin hij niet meer is belast
met het verrichten van piketdienst- gemiddeld per maand aan vergoeding
heeft genoten. De aflopende vergoeding wordt aangepast aan de algemene
salarisontwikkelingen bij de sector gemeenten.
**3..** De uitkeringsperiode voor de aflopende vergoeding is gelijk aan het naar
boven op een maand afgeronde ¼ gedeelte van de tijd dat de medewerker
belast is geweest met het verrichten van piketdienst. Aan de
uitkeringsperiode voor de aflopende vergoeding is een maximum verbonden
van drie jaar.
**4..** De hoogte van de aflopende vergoeding wordt bepaald door de
uitkeringsperiode in drie gelijke delen te splitsen. Er vindt vanaf het
eerste deel afronding naar boven plaats op een hele maand, de
maximumduur van de uitkeringsperiode mag hierdoor niet worden
overschreden. Gedurende de drie deelperioden bedraagt de aflopende
vergoeding achtereenvolgens 75%, 50% en 25% van de
berekeningsbasis.
Artikel 5
Aflopende vergoeding
Onderdeel van Vergoedingsregeling piketdienst buitendienstpersoneel 2012