Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 17 van de wet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van de bijstand, wordt de verlaging afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag.
Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de verlaging vastgesteld op:
a. bij een benadelingsbedrag tot € 1.500,-: 20% van de bijstandsnorm gedurende een maand
b. bij een benadelingsbedrag van € 1.500,- tot € 3.000,- : 30% van de bijstandsnorm gedurende een maand;
c. bij een benadelingsbedrag van € 3.000,- tot € 4.000,-: 50% van de bijstandsnorm gedurende een maand;
d. bij een benadelingsbedrag van € 4.000,- tot € 6.000,- : 100% van de bijstandsnorm gedurende een maand;
e. bij een benadelingsbedrag van € 6.000,- of meer: 100% van de bijstandsnorm gedurende twee maanden.
De duur van de verlaging als bedoeld in het tweede lid wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit tot verlaging met toepassing van dit artikel, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging. Met een besluit tot verlaging wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 3, tweede lid.
Het college kan bij een derde en volgende verwijtbare gedraging binnen twaalf maanden na de bekendmaking van het laatste besluit tot verlaging met toepassing van dit artikel, de verlaging op een hoger bedrag vaststellen en / of de duur van de verlaging verlengen. Bij herhaald verwijtbaar gedrag kan het college de bijstand voor onbepaalde tijd weigeren.
Hoofdstuk
Artikel 9:
het niet of onjuist verstrekken van inlichtingen waardoor teveel bijstand is verstrekt
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet Werk en Bijstand 2007