Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7:

Vergunningvoorschriften

Onderdeel van Bomenverordening 2012

1.. Aan de vergunning kunnen de volgende voorschriften worden verbonden: het voorschrift dat conform artikel 6.1 van de Wabo niet tot vellen mag worden overgegaan tot na het verstrijken van de bezwaartermijn, tenzij artikel 6.2. van de Wabo van toepassing is; het voorschrift dat niet mag worden gekapt indien bescherming van flora en fauna volgens de Gedragscode van toepassing is; het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant; het voorschrift dat, indien niet of niet volledig ter plaatse kan worden herplant dan wel nog niet bekend is wat wordt herplant, de vergunninghouder een geldelijk bedrag ter hoogte van de boomwaarde stort in het Bomenfonds; het voorschrift dat, niet aangeslagen aanplant op aanwijzing van het bevoegd gezag moet worden vervangen; het voorschrift dat pas tot vellen van een beschermde houtopstand bij de bouw of aanleg van werken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag worden overgegaan indien voldoende aannemelijk is gemaakt dat de werkzaamheden waarvoor de houtopstand wordt verwijderd uitgevoerd zullen worden en de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende is gewaarborgd; het voorschrift dat, in geval van de bouw of aanleg van werken nabij te behouden houtopstanden, op kosten van de eigenaar van de houtopstanden, door een daartoe gespecialiseerd bedrijf, een rapport met een boom-effect-analyse, wordt opgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel