Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8:

Herplant-/instandhoudingsplicht

Onderdeel van Bomenverordening 2012

Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstanden bevonden, dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen en binnen een door hen te stellen termijn. Indien geen herplantplicht wordt opgelegd wordt de voorwaarde opgelegd dat de boomwaarde van de houtopstand bedoeld in lid 1. wordt gestort in het Bomenfonds. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan wordt daarbij tevens bepaald dat binnen 3 jaar na herplant een niet aangeslagen houtopstand moet worden vervangen, en op welke wijze. Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de beschermde houtopstand bevindt, dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om: a. een bomen-effect-analyse op te stellen en aan te bieden aan het bevoegd gezag en/of b. overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen; Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen. De uitvoering van de herplantplicht moet worden gemeld aan het bevoegd gezag

Rechtspraak bij dit artikel