Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 2.3.5

Vruchteloze aanbieding

Onderdeel van Huisvestingsverordening 1999

Een huisvestingsvergunning wordt aan iedere aanvrager verleend indien de woonruimte door de eigenaar gedurende een termijn van tenminste drie maanden zonder resultaat is aangeboden aan woningzoekenden die krachtens het bepaalde in artikel 2.3.3 voor die woonruimte in aanmerking komen en de eigenaar heeft voldaan aan de overige leden van de in dit artikel gestelde voorwaarden. De woonruimte moet tegen een redelijke vraagprijs op basis van taxatiewaarde voor koopwoningen en Huurprijzenwet woonruimte voor huurwoningen zijn aangeboden, conform artikel 26, tweede lid van de wet. Gedurende de in het eerste lid genoemde termijn dient de woning te worden aangeboden aan personen bedoeld in artikel 2.3.3. Het aanbieden dient, met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid, te geschieden via advertenties in een regionaal of lokaal blad, waarbij gedurende de in het eerste lid genoemde termijn tenminste drie maal dient te worden geadverteerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel