Indien andere woonruimte dan bedoeld in het eerste lid van artikel 4.1 langer dan twee maanden leeg staat, is de eigenaar van deze woonruimte verplicht daarvan binnen drie werkdagen melding te doen aan burgemeester en wethouders.
De in het eerste lid genoemde termijn van twee maanden neemt een aanvang op het moment dat:
degene aan wie laatstelijk een huisvestingsvergunning is verleend de woonruimte definitief heeft verlaten, dan wel
de huurovereenkomst beëindigd is, dan wel
de woonruimte niet langer als woonruimte in gebruik is, dan wel
op enigerlei wijze is gebleken, dat de woonruimte te huur of, vrij van huur, te koop is.
Burgemeester en wethouders noteren de ingevolge het eerste lid aangemelde woonruimten in een leegstandsregister.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 2.5.2
Melding van leegstand
Onderdeel van Huisvestingsverordening 1999