Een persoon met beperkingen kan voor de in artikel 25 onder a en b vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien hij:
als gevolg van deze beperking langdurig een loopafstand heeft van minder dan 800 meter;
ten gevolge van een andere lichamelijke of geestelijke belemmering langdurig niet in staat is gebruik te maken van het openbaar vervoer.
Hoofdstuk 5.
Artikel 26
Het recht op een vervoersvoorziening
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2012