Het in dit artikel genoemde vervoersgebied is aanvullend op de eerste cirkel zoals die in artikel 27 is omschreven. De totale vervoersbehoefte is door de Centrale Raad gesteld op minimaal 2.000 kilometer per kalenderjaar. Besloten is deze ondergrens aan te houden als voorziening.
Als aan iemand een voorziening, als omschreven in artikel 27 is verleend, dan wordt een budget voor de overige 1.500 kilometer verstrekt. Heeft de belanghebbende geen andere vervoersvoorziening toegekend gekregen, dan wordt de volledige 2.000 kilometer beschikbaar gesteld in de vorm van een vervoersbudget.
Het budget wordt verleend zonder beperkende voorwaarden. Als enige beperking geldt dat het geld dient te worden aangewend voor de kosten van vervoer. De belanghebbende is vrij in de keuze van de vervoersvorm. Dat kan een taxi zijn, een eigen auto, ouders, kinderen, kennissen, buren en dergelijke.
Daarnaast is aandacht voor personen voor wie de indicatie is afgegeven dat zij zittend in een rolstoel vervoerd moeten worden waarbij voor het vervoer wordt gekozen voor een speciale dure rolstoeltaxi. Aangezien deze vorm van vervoer ongeveer 5 maal zo duur is als een “reguliere” taxi, is ook het budget aangepast. En ook bij deze vorm van vervoer wordt een onderscheid gemaakt tussen diegene die wel en diegene die geen voorziening heeft gehad voor de eerste schil (bijvoorbeeld scootermobiel).
Hoofdstuk 5.
Artikel 28.
De vervoersbehoefte in de rond de woonplaats gelegen regio
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2012