Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 21

Verplichtingen van de erfpachter

Onderdeel van Algemene Bepalingen voor uitgifte van onroerende zaken in erfpacht 2006

I. De erfpachter is verplicht uitvoering te geven aan het navolgende: a. de grond en de daarop aanwezige opstallen in zodanige staat te (brengen en te) houden dat deze de in de notariële akte aangegeven bestemming en het daar bedoelde gebruik op behoorlijke wijze kunnen dienen. Daartoe dient de erfpachter de grond en de opstallen in alle opzichten goed te onderhouden en de opstallen zo nodig tijdig te vernieuwen, indien zulks in verband met het onderhoud noodzakelijk is te achten; b. overeenkomstig het bepaalde in artikel 96 boek 5 BW worden de gewone lasten en herstellingen door de erfpachter gedragen. In afwijking van het bepaalde in artikel 96 boek 5 BW is de erfpachter zowel verplicht om de buitengewone lasten die op de onroerende zaak drukken te voldoen als om de buitengewone herstellingen daarvan te verrichten. De gemeente is noch verplicht tot het verrichten van gewone herstellingen, noch van buitengewone herstellingen; c. tot gehele of gedeeltelijke herbouw van de opstallen over te gaan indien deze door welke oorzaak ook geheel of gedeeltelijk zijn tenietgegaan. De erfpachter is daarom ook verplicht alle opstallen tegen brand en stormschade te verzekeren; d. de erfpachter dient -voorzover in redelijkheid van hem gevergd kan worden- op zijn kosten die maatregelen te nemen ter voorkoming van schade aan de aanwezige zaken als omschreven onder II, lid a. van dit artikel die burgemeester en wethouders danwel de eigenaren van die zaken noodzakelijk achten. II. De erfpachter is verplicht te gedogen: a. dat al hetgeen ten behoeve van openbare voorzieningen in, op en/of boven de grond is aangebracht wordt onderhouden en dat al hetgeen noodzakelijk is ten behoeve van openbare voorzieningen in, op en/of boven de grond zal worden aangebracht en onderhouden. Deze openbare voorzieningen kunnen ofwel eigendom zijn van de gemeente ofwel van andere overheidslichamen en/of van al dan niet geprivatiseerde (nuts)bedrijven. b. Al hetgeen ingevolge het bepaalde onder II, lid a. is aangebracht bevestigd te laten. c. Alle schade die een onmiddellijk gevolg is van het aanbrengen, bestaan, onderhouden (herstellen inbegrepen) en/of vernieuwen van de zaken als bedoeld onder II, lid a. zal door en voor rekening van de desbetreffende eigenaar van die voorzieningen worden hersteld of -indien de erfpachter dat wenst- aan de erfpachter worden vergoed. d. De erfpachter is te allen tijde aansprakelijk voor alle schade die door beschadiging van de aanwezige zaken als bedoeld onder II, lid a. door zijn toedoen of nalaten wordt veroorzaakt. III. Vrijstelling door burgemeester en wethouders van verplichtingen in het kader van dit artikel Burgemeester en wethouders kunnen op basis van een daartoe strekkend schriftelijk verzoek de erfpachter vrijstelling verlenen van de onder I, lid a. en c. genoemde verplichtingen. Aan een vrijstelling kunnen voorwaarden of een tijdsbepaling worden verbonden, waaronder vaststelling van een nieuwe canon als bedoeld in artikel 34, onder II.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel