Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 26

Gebruiksbepaling

Onderdeel van Algemene Bepalingen voor uitgifte van onroerende zaken in erfpacht 2006

Het is de erfpachter niet geoorloofd: a. het perceel te gebruiken anders dan voor de doeleinden als vermeld in de Bijzondere Bepalingen; b. het gebruik én/of de bestemming van de grond en van de daarop te bouwen (of reeds gebouwde) opstallen te wijzigen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming én/of ontheffing van burgemeester en wethouders, welke toestemming én/of ontheffing ook voor bepaalde tijd of tot wederopzegging kan worden verleend. c. de bij de aanvang van zijn recht op de grond aanwezige of later daarop gebouwde opstallen geheel of gedeeltelijk te slopen of het bouwvolume van de opstallen te wijzigen zónder voorafgaande schriftelijke toestemming van burgemeester en wethouders, aan welke vergunning voorwaarden kunnen worden verbonden; d. op de grond en in hetgeen daarop is of zal worden gebouwd werkzaamheden te verrichten of een bedrijf uit te oefenen waarvan naar het schriftelijk oordeel van burgemeester en wethouders gevaar, schade of hinder dan wel bezwaar uit een oogpunt van welstand of aantasting van de hygiëne van het milieu te duchten is, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van burgemeester en wethouders, welke toestemming ook voor bepaalde tijd of tot wederopzegging kan worden verleend; e. de grond mede te gebruiken voor het plaatsen of aanbrengen en het hebben van voorwerpen waarvan -naar het schriftelijke oordeel van burgemeester en wethouders- gevaar, schade of hinder dan wel bezwaar uit een oogpunt van welstand te duchten is.

Rechtspraak bij dit artikel