De erfpachter is jegens de gemeente aansprakelijk voor de door de gemeente te lijden danwel geleden schade die ná uitgifte in erfpacht is ontstaan door het gebruik of door verontreiniging van het in erfpacht uitgegeven perceel door de erfpachter of door derden die door de erfpachter aldaar zijn toegelaten, alsmede voor de schade die ontstaat door gehele of gedeeltelijke instorting van opstallen op of werken/leidingen in/op het in erfpacht uitgegeven perceel en die daartoe behoren en door de erfpachter of in zijn opdracht geplaatst/aangebracht zijn.
De erfpachter vrijwaart de gemeente voor alle aanspraken van derden op vergoeding van schade die ná de uitgifte in erfpacht is ontstaan door het gebruik of door verontreiniging door de erfpachter van het perceel danwel door derden die door de erfpachter aldaar zijn toegelaten of door gehele of gedeeltelijke instorting van de opstallen of werken, respectievelijk leidingen die tot het in erfpacht uitgegeven perceel behoren.
Hoofdstuk
Artikel 38
Vrijwaring door de erfpachter
Onderdeel van Algemene Bepalingen voor uitgifte van onroerende zaken in erfpacht 2006