Het is de erfpachter niet geoorloofd:
a. het aan hem in erfpacht uitgegeven perceel zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van burgemeester en wethouders te splitsen en zijn recht op een gedeelte daarvan over te dragen;
b. het erfpachtrecht en het op het in erfpacht uitgegeven perceel gebouwde te splitsen in appartementen, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van burgemeester en wethouders;
c. tot het samenvoegen van erfpachtrechten over te gaan, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van burgemeester en wethouders;
d. het perceel -naar de geldende regelgeving met betrekking tot bodemverontreiniging- te (laten) verontreinigen respectievelijk verontreinigd te laten na verontreiniging die tijdens de duur van het erfpachtrecht anderszins mocht zijn veroorzaakt. De gemeente heeft te allen tijde het recht hierop daadwerkelijk controle uit te oefenen.
De erfpachter is bij niet-naleving van deze verplichting een boete aan de gemeente verschuldigd ter grootte van 1 % van de jaarlijkse canon danwel -indien de canon is afgekocht- een schadevergoeding ter grootte van 0,10 % van de afkoopsom voor iedere dag dat hij nalatig is om datgene te doen dat nodig is om de verontreiniging te verwijderen. De gemeente heeft in dat geval ook het recht om de erfpacht op te zeggen (conform het gestelde in artikel 87, tweede lid, van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek). Overeenkomstig het bepaalde in artikel 47, onder II, lid d., dient de erfpachter bij het einde van het erfpachtrecht op zijn kosten een bodemonderzoek uit te voeren.
De erfpachter is tegenover de gemeente aansprakelijk voor alle schade die de gemeente ondervindt door niet-naleving van deze bepaling.
Verlenen toestemming door burgemeester en wethouders in het kader van dit artikel
en wethouders beslissen binnen twee maanden na het schriftelijk verzoek om toestemming voor de rechtshandelingen als bedoeld onder I, leden a., b. en c.
kunnen deze termijn ten hoogste eenmaal met twee maanden verlengen. Indien binnen twee (c.q. vier) maanden niet op het verzoek is beslist zonder dat een en ander aan de erfpachter is toe te rekenen wordt de toestemming geacht te zijn verleend.
en wethouders kunnen aan hun toestemming voorwaarden verbinden waaronder herziening van de canon als bedoeld in artikel 33, onder II, alsmede die welke betrekking hebben op het onderhoud van de opstallen nadat de splitsing zal hebben plaatsgehad.
Hoofdstuk
Artikel 39
Verbodsbepalingen
Onderdeel van Algemene Bepalingen voor uitgifte van onroerende zaken in erfpacht 2006