Opzegging van het recht door de gemeente
a. Indien het erfpachtrecht eindigt op de wijze als bedoeld in artikel 45 vindt schadeloosstelling plaats met inachtneming van de op het moment van de beëindiging van het recht geldende bepalingen van de Onteigeningswet.
Niet zal worden vergoed de waarde van hetgeen in strijd met enige bepaling of voorwaarde, vervat in de akte van uitgifte in erfpacht (of in een akte houdende wijziging van het erfpachtrecht) is opgericht, noch zal worden vergoed de schade ter zake van het beëindigen van een activiteit die in strijd met enige bepaling of voorwaarde, vervat in de akte van uitgifte in erfpacht (of in een akte houdende wijziging van het erfpachtrecht) op de grond of in de daarop opgerichte opstallen wordt uitgeoefend, tenzij burgemeester en wethouders daartoe schriftelijk toestemming hebben verleend.
b. Indien de erfpachter zich niet kan verenigen met de door de gemeente aangeboden vergoeding, doet hij hiervan binnen twee maanden na ontvangst van de aangetekende kennisgeving van de vergoeding, schriftelijk mededeling aan burgemeester en wethouders.
c. Wordt ten aanzien van de door de gemeente aangeboden vergoeding geen overeenstemming tussen partijen verkregen dan wordt het bedrag van de schadeloosstelling bepaald -behoudens beroep op de ter zake bevoegde rechter- door drie -overeenkomstig het bepaalde in artikel 23- aan te wijzen arbiters.
d. Bij de bepaling van het bedrag van de schadeloosstelling als bedoeld in lid a wordt geen rekening gehouden met nieuwbouw, verbouw of herbouw die heeft plaatsgevonden nadat ter kennis van de erfpachter is gebracht dat ten aanzien van zijn recht bij besluit van de gemeente het voornemen is uitgesproken gebruik te maken van de bij artikel 45 aan de gemeente gegeven bevoegdheid.
e. Burgemeester en wethouders keren de aan de erfpachter toekomende schadevergoeding uit ná aftrek van al hetgeen de erfpachter met betrekking tot het erfpachtrecht, de grond en de opstallen nog aan de
gemeente verschuldigd is.
f. Indien het erfpachtrecht ten tijde van het eindigen van het recht met hypotheek was bezwaard, wordt in afwijking van lid e. de schadevergoeding, ná aftrek van hetgeen aan de gemeente met betrekking tot het erfpachtrecht, de grond en de opstallen nog verschuldigd is, aan de hypotheekhouder(s) uitgekeerd het bedrag dat ingevolge de betrokken hypothecaire lening aan de hypotheekhouder(s) nog toekomt. Een daarna overblijvend bedrag van de schadevergoeding wordt uitgekeerd aan de erfpachter.
g. Zolang het perceel nog niet ter vrije beschikking van de gemeente is gesteld is de gemeente bevoegd de uitkering van de schadevergoeding achter te houden, tenzij één en ander het gevolg is van de uitoefening door derden van rechtmatig verkregen gebruiksrechten. Uitsluitend voor de toepassing van dit artikel worden met rechtmatig verkregen gebruiksrechten gelijkgesteld anderszins door derden verkregen gebruiksrechten, die naar het oordeel van burgemeester en wethouders geen bezwaren opleveren. Onverwijld nadat het perceel ter vrije beschikking van de gemeente is gesteld zal de gemeente het achtergehouden deel van de uitkering voldoen.
Hoofdstuk
Artikel 49
Bepaling van de schadeloosstelling bij het einde van het recht
Onderdeel van Algemene Bepalingen voor uitgifte van onroerende zaken in erfpacht 2006