Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van het hebben van een langdurig, laag inkomen is voldaan als gedurende referteperiode het inkomen niet uitkomt boven 100 procent van de bijstandsnorm.
In afwijking van het eerste lid bestaat recht op een gedeeltelijke langdurigheidstoeslag wanneer het inkomen op de peildatum hoger is dan 100 procent van de bijstandsnorm maar op jaarbasis niet meer bedraagt dan de van toepassing zijnde langdurigheidstoeslag.