De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:
voor gehuwden € 498,00,
voor een alleenstaande ouder € 447,00 en
voor een alleenstaande € 349,00.
In afwijking van het eerste lid wordt de langdurigheidstoeslag voor de belanghebbende als bedoeld in artikel 3, tweede lid, verminderd met het verschil op jaarbasis tussen het inkomen op de peildatum en 100 procent van de bijstandsnorm.
Voor de toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de peildatum bepalend.
Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13, eerste lid, van de wet komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari aangepast met een indexeringspercentage, zoals jaarlijks berekend aan de hand van de ‘consumentenprijsindex alle huishoudens’ van het Centraal bureau voor de Statistiek.
Artikel 4
Hoogte van de langdurigheidstoeslag
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag Uithoorn 2009