Naar hoofdinhoud
1.. In deze verordening wordt verstaan onder: bijstandsnorm: de norm bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de wet; college: het college van burgemeester en wethouders; inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede "een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan", moet worden gelezen "de referteperiode". Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag als inkomen gezien; peildatum: de datum als bedoeld in artikel 36, vierde lid van de wet, waarbij de peildatum maximaal 60 maanden voorafgaand aan de datum aanvraag kan liggen; referteperiode: de periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum; wet: de Wet werk en bijstand; WSF 2000: de Wet studiefinanciering 2000; WTOS: de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. 2.. De begripsbepalingen van de wet en de Algemene wet bestuursrecht zijn op deze verordening van toepassing, tenzij daarvan uitdrukkelijk wordt afgeweken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel