**1..** Er is sprake van "langdurig een laag inkomen" in de zin van artikel 36, eerste lid van de wet als de belanghebbende gedurende de referteperiode is aangewezen op een inkomen dat gemiddeld per maand niet hoger is dan 101procent van de voor hem geldende bijstandsnorm.
**2..** Ten aanzien van perioden waarin geen inkomen is genoten wordt een belanghebbende voor de toepassing van het eerste lid tenminste geacht een inkomen te hebben genoten ter hoogte van 100 procent van de bijstandsnorm.
**3..** Ten aanzien van perioden waarin bij gehuwden één echtgenoot is uitgesloten van het recht op bijstand worden zij voor de toepassing van het eerste lid geacht tenminste een inkomen te hebben ter hoogte van 100 procent van de gehuwdennorm, waarbij voor "bijstandsnorm" gelezen moet worden "gehuwdennorm.
**4..** Niet voor een langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000.
Artikel 2
VOORWAARDEN
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand Gemeente Westland 2012ev