**1..** Indien een voorziening wordt toegekend wordt de aanvrager de mogelijkheid geboden om te kiezen tussen een persoonsgebonden budget en een voorziening in natura, tenzij overwegende bezwaren bestaan tegen het verstrekken van een persoonsgebonden budget.
**2..** Indien de toegekende voorziening een woonvoorziening betreft, dan is er aanvullend op het gestelde in lid 1 van dit artikel, de mogelijkheid van een financiële tegemoetkoming.
**3..** Van overwegende bezwaren als bedoeld in het vorige lid is in ieder geval sprake wanneer:
de aanvrager naar het oordeel van het college niet voldoende in staat is om het persoonsgebonden budget te beheren en de bestedingen te verantwoorden én de aanvrager ook geen beschikking heeft over een goed netwerk die zorgdraagt voor het beheer van het persoonsgebonden budget;
de toekenning van een persoonsgebonden budget het in stand houden van een adequate gemeenschappelijke voorziening ondergraaft;
indien de belanghebbende minder dan een jaar gebruik kan maken van de voorziening, niet zijnde huishoudelijke ondersteuning;
het een voorziening betreft die bedoeld is voor een kind jonger dan 18 jaar.
**4..** Indien het college meerdere aanbieders heeft gecontracteerd voor het leveren van een bepaalde voorziening in natura wordt de aanvrager de mogelijkheid geboden om zelf een aanbieder te kiezen.
**5..** Nadat de voorziening is toegekend en de aanvrager een keuze heeft gemaakt tussen een voorziening in natura of een persoonsgebonden budget, vervalt de keuzevrijheid tot het moment waarop de periode waarvoor de voorziening is verstrekt is afgelopen en de aanvrager een nieuwe aanvraag kan indienen, tenzij er sprake is van gewijzigde omstandigheden. Deze gewijzigde omstandigheden dienen te worden aangetoond door de aanvrager.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 2.
Keuzevrijheid
Onderdeel van Besluit eigen bijdragen en financiële tegemoetkomingen maatschappelijke ondersteuning 2010