Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 3.

Voorwaarden persoonsgebonden budget

Onderdeel van Besluit eigen bijdragen en financiële tegemoetkomingen maatschappelijke ondersteuning 2010

1.. Bij de verlening van een persoonsgebonden budget wordt de budgetontvanger de volgende verplichtingen opgelegd: de budgetontvanger gebruikt het persoonsgebonden budget uitsluitend voor betaling van de voorziening die in de beschikking is genoemd en de daarmee noodzakelijk verbonden kosten; de budgetontvanger besteedt het persoonsgebonden budget uitsluitend aan een kwalitatief verantwoorde en adequate voorziening; de budgetontvanger zorgt voor een goede en controleerbare vastlegging van ontvangsten, uitgaven en verplichtingen en houdt deze gedurende een periode van vijf jaar beschikbaar; indien het budget bedoeld is voor huishoudelijke ondersteuning, dan reserveert de budgetontvanger een deel van het budget om de huishoudelijke hulp voor een periode van maximaal zes weken door te kunnen betalen in het geval van ziekte. 2.. De budgetontvanger is een eigen bijdrage verschuldigd, waarbij de hoogte van de eigen bijdrage wordt vastgesteld conform het gestelde in artikel 7. 3.. De gemeente bevoorschot de budgetontvanger het verleende persoonsgebonden budget een keer per vier weken. 4.. In afwijking van het gestelde in het derde lid van dit artikel is bij overige voorzieningen sprake van een gemaximeerd persoonsgebonden budget dat in 1 keer wordt bevoorschot. 5.. De budgetontvanger verantwoordt de besteding van het persoonsgebonden budget: per jaar indien het persoonsgebonden budget minder dan € 5.000,00 maar meer dan € 2.500,00 per jaar bedraagt; per half jaar indien het persoonsgebonden budget € 5.000,00 of meer bedraagt. 6.. Budgetontvangers die geen verantwoording hoeven af te leggen aan de gemeente conform lid 5,van dit artikel kunnen steekproefsgewijs worden gecontroleerd en dienen daarmee ook te voldoen aan het gestelde in lid 1 van dit artikel. 7.. Voor zover van toepassing wordt door de budgetontvanger aan het college verstrekt: de nota of de factuur van de aangeschafte voorziening; een betalingsbewijs van de aangeschafte voorziening; een overzicht van de salarisadministratie; overige bescheiden die het college voor de verantwoording noodzakelijk acht. 8.. Indien de periode waarvoor het persoonsgebonden budget wordt toegekend in meer dan een kalenderjaar gelegen is, wordt het persoonsgebonden budget voor het kalenderjaar volgend op het jaar waarin het werd verleend, geïndexeerd conform het gestelde in artikel 46 van de verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel