Voordat een verlaging wordt opgelegd, wordt de belanghebbende van dit voornemen in kennis gesteld en wordt hij in de gelegenheid gesteld om binnen een door het college gestelde termijn zijn zienswijze mondeling of schriftelijk naar voren te brengen.
Het horen van belanghebbende kan achterwege worden gelaten indien:
de vereiste spoed zich daartegen verzet;
de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan, daaronder wordt eveneens begrepen het niet reageren op verzoeken binnen de gestelde termijn;
het horen van de belanghebbende redelijkerwijs niet noodzakelijk is voor de vaststelling van de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en van de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende.
Hoofdstuk
Artikel 6
Het horen van de belanghebbende
Onderdeel van Afstemmingsverordening socialezekerheidswetten Stadskanaal 2013