Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Ingangsdatum en tijdvak verlaging

Onderdeel van Afstemmingsverordening socialezekerheidswetten Stadskanaal 2013

De verlaging wordt toegepast met ingang van de eerstvolgende kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het toepassen van de verlaging aan de belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende bijstandsnorm. In afwijking van het eerste lid kan de verlaging met terugwerkende kracht worden toegepast en de uitkering waarop de belanghebbende sindsdien aanspraak kan maken nog niet is uitbetaald. Als verlaging overeenkomstig het eerste lid niet mogelijk is omdat de bijstandsverlening is beëindigd, dan kan de verlaging met terugwerkende kracht worden toegepast door middel van herziening van de eerder verstrekte uitkering, met dien verstande dat de verlaging niet wordt toegepast op de uitkering die betrekking heeft op een periode voorafgaande aan de gedraging. In afwijking van het eerste lid kan, voor zover het zelfstandigen betreft die een uitkering voor levensonderhoud in de vorm van een geldlening op grond van het Bbz hebben ontvangen, de verlaging met terugwerkende kracht worden betrokken bij de definitieve vaststelling van de bijstand. Een verlaging wordt voor bepaalde tijd opgelegd. Een verlaging die voor een periode van meer dan drie maanden wordt opgelegd, wordt uiterlijk drie maanden nadat deze ten uitvoer is gelegd, heroverwogen. Als een reeds opgelegde verlaging niet of niet geheel kan worden uitgevoerd omdat de uitkering wordt beëindigd en herziening van de verstrekte uitkering is niet (voldoende) mogelijk, dan kan het niet uitgevoerde deel van de verlaging alsnog ten uitvoer worden gelegd, indien de belanghebbende binnen een termijn van twaalf maanden opnieuw recht op uitkering heeft.

Rechtspraak bij dit artikel