De burgemeester weigert onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 de vergunning, indien:
de vestiging of exploitatie van een inrichting in strijd is met het geldende bestemmingsplan;
een leidinggevende niet voldoet aan de in artikel 2:59 gestelde eisen;
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met de vermeldingen op de aanvraag overeenstemt;
het in artikel 2:58, tweede lid, gestelde maximum aantal is bereikt;
de vestiging leidt tot een tweede inrichting binnen een straal van een 500 meter (hemelsbreed) van een bestaande inrichting.
**2..** De burgemeester kan de vergunning onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigeren, indien:
naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de aanwezigheid van de inrichting leidt tot een ontoelaatbare verstoring van het woon- en leefklimaat of tot een ernstige aantasting van de openbare orde;
er sprake is van een geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
**3..** Bij de toepassing van de in het tweede lid, onder a., genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met:
het karakter van de straat en van de wijk waarin de inrichting is gelegen of zal komen te liggen;
de aard van de inrichting;
de spanning waaraan het woon- en leefklimaat ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de inrichting;
HOOFDSTUK 2 › AFDELING 11
Artikel 2:64
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Hulst 2009