Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › AFDELING 11

Artikel 2:64

Weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Hulst 2009

De burgemeester weigert onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 de vergunning, indien: de vestiging of exploitatie van een inrichting in strijd is met het geldende bestemmingsplan; een leidinggevende niet voldoet aan de in artikel 2:59 gestelde eisen; redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met de vermeldingen op de aanvraag overeenstemt; het in artikel 2:58, tweede lid, gestelde maximum aantal is bereikt; de vestiging leidt tot een tweede inrichting binnen een straal van een 500 meter (hemelsbreed) van een bestaande inrichting. 2.. De burgemeester kan de vergunning onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigeren, indien: naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de aanwezigheid van de inrichting leidt tot een ontoelaatbare verstoring van het woon- en leefklimaat of tot een ernstige aantasting van de openbare orde; er sprake is van een geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 3.. Bij de toepassing van de in het tweede lid, onder a., genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met: het karakter van de straat en van de wijk waarin de inrichting is gelegen of zal komen te liggen; de aard van de inrichting; de spanning waaraan het woon- en leefklimaat ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de inrichting;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel