**1..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6, kan de burgemeester de vergunning intrekken, indien:
er zich in de betreffende inrichting activiteiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert of op zal leveren voor de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting;
een leidinggevende van de inrichting toestaat danwel gedoogt, dat in of vanuit zijn inrichting strafbare feiten worden gepleegd;
in strijd wordt gehandeld met het bepaalde in artikel 2:63;
in de betreffende inrichting middelen als bedoeld in deartikelen 2 of 3 van de Opiumwet worden verstrekt;
blijkt dat een leidinggevende in de laatste vijf jaren voorafgaande aan het intrekkingsbesluit onherroepelijk is veroordeeld tot een gevangenisstraf van ten minste een maand, dan wel een geldboete van € 500,-- of meer, ter zake van overtreding van de
Opiumwet, de Wet wapens en munitie, geweldpleging, heling, of betrokkenheid bij of deelname aan een criminele organisatie;
er sprake is van een gewijzigde exploitatie waarvoor geen vergunning is aangevraagd.
HOOFDSTUK 2 › AFDELING 11
Artikel 2:65
Intrekkingsgronden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Hulst 2009