Voor het in behandeling nemen van een verzoek wordt een drempelbedrag geheven.
In de mededeling van ontvangst wijst het college de verzoeker erop dat voor het behandelen van de aanvraag een drempelbedrag verschuldigd is en deelt hem mede dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling op de rekening van de gemeente dan wel op een aangegeven plaats moet zijn gestort.
Het drempelbedrag is gelijk aan het drempelbedrag dat wordt geheven voor het in behandeling nemen van verzoeken om en tegemoetkoming in planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Het bedrag zal echter nooit hoger zijn dan het bedrag dat op grond van artikel 4:128 van de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten gevraagd kan worden.