Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Afdeling

Artikel 2.4.18

Verontreiniging door honden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2006

De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet: op een gedeelte van de weg dat is bestemd of mede is bestemd voor het verkeer van fietsers en/of voetgangers; op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide; op een andere door het college aangewezen plaats. De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven, indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd. Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid is de eigenaar of houder van een hond verplicht een doeltreffend hulpmiddel ter onmiddellijke verwijdering van eventuele hondenuitwerpselen bij zich te hebben. Dit geldt niet voor zover eerdergenoemde personen zich bevinden op een door het college aangewezen plaats waar niet de verplichting bestaat uitwerpselen onmiddellijk te verwijderen. De eigenaar van een hond is verplicht ervoor zorg te dragen dat die hond niet urineert op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide dan wel op een andere door het college aangewezen plaats.

Rechtspraak bij dit artikel