Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond
te laten verblijven of te laten lopen op of aan de weg of op
het terrein van een ander:
anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de
eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat zij
die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en zij een
aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond
noodzakelijk vindt;
anders dan kort aangelijnd en voorzien van een
muilkorf, nadat het college de eigenaar of de houder
heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of
hinderlijk acht en een aanlijn- en muilkorfgebod in
verband met het gedrag van die hond noodzakelijk
vindt.
In afwijking op het eerste lid van artikel 2.4.17,
aanhef en onder c, geldt voor het bepaalde in
het eerste lid bovendien dat de hond moet zijn voorzien van
een optisch leesbaar, niet verwijderbaar
identificatiekenmerk in het oor of in de buikwand.
In het eerste lid wordt verstaan onder:
muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Regeling agressieve
dieren;
kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn
met een lengte, gemeten van hand tot halsband, die
niet langer is dan 1,50 meter.
Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
onderwerp wordt voorzien door de Regeling agressieve
dieren.
Hoofdstuk › Afdeling
Artikel 2.4.19
Gevaarlijke honden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2006