Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Huisvestingsovereenkomst

Onderdeel van Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Arnhem Nijmegen 2013

10.1. Burgemeester en wethouders sluiten met de in hun gemeente werkzame corporatie(s) een overeenkomst af zoals bedoeld in artikel 4 van de Huisvestingswet. Deze overeenkomst bevat in ieder geval: bepalingen met betrekking tot de beoordeling van verzoeken om urgentieverlening; bepalingen met betrekking tot de rechtsbescherming inzake besluiten over urgentieverlening en besluiten van corporaties inzake woonruimteverdeling; bepalingen over de financiële afwikkeling inzake de behandeling van urgentieaanvragen en de beroepsprocedure. Hetgeen in deze Verordening is opgenomen over de onderwerpen urgentieaanvragen, rechtsbescherming alsmede het Reglement urgentieaanvragen woonruimteverdeling, het Reglement beroepsprocedure woonruimteverdeling en het Uitvoeringsdocument wordt geacht deel uit te maken van iedere overeenkomst die op grond van dit artikel gesloten wordt. In de overeenkomst wordt - onder verwijzing naar de betreffende artikelen – bepaald dat deze in plaats treedt van de delen van de Verordening die op deze onderwerpen betrekking hebben. 10.4. De eerste overeenkomst wordt gesloten voor 1 april 2013. De overeenkomsten hebben een geldigheidsduur van één jaar, tenzij hiervan expliciet wordt afgeweken. Iedere overeenkomst wordt stilzwijgend verlengd voor een periode van één jaar tenzij een nieuwe overeenkomst gesloten wordt. De gemeente legt iedere overeenkomst ter goedkeuring voor aan het College van Bestuur. 10.5. Overeenkomsten die gebaseerd zijn op de Regionale Huisvestingsverordening KAN 2007 blijven geldig tot het moment waarop een nieuwe overeenkomst op grond van deze Verordening van kracht wordt, maar ten hoogste tot 1 juli 2013.

Rechtspraak bij dit artikel