**a..** Bij niet-nakoming van enige verplichting, voortvloeiende uit de erfpachtsovereenkomst en de daarbij behorende algemene voorwaarden, verbeurt de nalatige partij behoudens herstel overeenkomstig artikel 4.16, na ingebrekestelling en na verloop van de daarin gestelde termijn, ten behoeve van de wederpartij een onmiddellijke opeisbare boete van twee maal de jaarlijkse canon, op welk bedrag de terzake van de wanprestatie te lijden schade wederzijds onveranderlijk wordt bepaald.
**b..** Dit artikel is niet van toepassing op verenigingen, stichtingen e.d., met welke slechts een jaarlijks symbolische canon is overeengekomen. In deze gevallen is artikel 5.4. van toepassing.
**c..** Naast het gestelde in lid a. van dit artikel behouden de gemeente en erfpachter het recht om bij niet-nakoming van enige uit de overeenkomst en de daarbij behorende algemene voorwaarden voortvloeiende verplichting in rechte nakoming te vorderen.
Hoofdstuk 4:
Artikel 4.18
Boetebepaling
Onderdeel van Algemene Uitgiftevoorwaarden van de gemeente Zutphen