De gewezen wethouder kan burgemeester en wethouders schriftelijk verzoeken hem/haar outplacementfaciliteiten toe te kennen.
Burgemeester en wethouders beslissen of het verzoek om gebruik te mogen maken van een outplacementtraject. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
de begeleiding geschiedt door een door of namens burgemeester en wethouders na overleg met de gewezen wethouder aan te wijzen outplacementbureau;
het outplacementraject wordt niet later dan een halfjaar na beëindiging van het wethouderschap aangevangen. Indien de gewezen wethouder tijdelijk een andere betrekking vervult, wordt de termijn van een half jaar verlengd met de duur van het tijdelijke dienstverband, wanneer na de beëindiging van dit dienstverband nog aanspraak bestaat op een uitkering ingevolge de Uitkerings- en pensioenverordening wethouders.
De kosten van de outplacementfaciliteiten komen voor rekening van de gemeente. Burgemeester en wethouders sluiten daartoe een schriftelijke overeenkomst met het outplacementbureau.
Eventuele reis-, verblijf- en verwervingskosten komen voor rekening van belanghebbende.
Hoofdstuk
Artikel 2.
Outplacementfaciliteiten
Onderdeel van Regeling outplacement gewezen wethouders