Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 5

Verlaging van de norm

Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wwb en WIJ

1.. De bijstandsnorm wordt lager vastgesteld indien de gehuwden lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het geheel of gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten met een ander. 2.. De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 10% van het in artikel 21 onder c van de Wwb genoemde bedrag. 3.. De verlaging als bedoeld in het eerste lid blijft achterwege indien de kosten van het bestaan uitsluitend kunnen worden gedeeld met: kinderen die aanspraak kunnen maken op studiefinanciering op grond van hoofdstuk II van de Wet Studiefinanciering 2000, of op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, dan wel waarvoor aanspraak op kinderbijslag bestaat; (niet) ten laste komende kinderen jonger dan 21 jaar die over een inkomen beschikken dat niet hoger is dan het in artikel 21 onder a van de Wwb genoemde bedrag; een schoolverlater als bedoeld in artikel 6, lid 1 onder a van deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel