**1..** Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen op of aan de weg of op het terrein van een ander:
**a..** anders dan kort aangelijnd, nadat burgemeester en wethouders aan de eigenaar of de houder hebben bekendgemaakt dat zij die hond gevaarlijk of hinderlijk achten en zij een aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vinden;
**b..** anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf, nadat burgemeester en wethouders de eigenaar of de houder hebben bekendgemaakt dat zij die hond gevaarlijk of hinderlijk achten en zij een aanlijn- en muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vinden.
**2..** In afwijking van artikel 2.61, lid 1 aanhef en onder c, geldt voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond moet zijn voorzien van een optisch leesbaar, nader door burgemeester en wethouders te bepalen, niet verwijderbaar identificatiekenmerk in het oor of in de buikwand.
**3..** In het eerste lid wordt verstaan onder:
**a..** muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Regeling agressieve dieren;
**b..** kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband die niet langer is dat 1,5 meter.
**4..** Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de regeling agressieve dieren.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 12
Artikel 2.63
Gevaarlijke honden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2010 APV