1.Voor openstaande vorderingen over:
onroerende-zaakbelasting;
precariobelasting;
rioolheffing;
en afvalstoffenheffing;
wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid.
2.Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen ouder dan drie maanden.
Artikel 10